Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
De afgelopen tijd is er veel aandacht voor het watergebruik van datacenters — een discussie die ik met belangstelling volg. Na meer dan 25 jaar werkzaam te zijn in de datacentersector en als project lead binnen ISO/IEC 30134‑9, de internationale norm voor Water Usage Effectiveness (WUE) KPI, voel ik de verantwoordelijkheid om hier vanuit mijn expertise op te reageren.
Transparantie, feiten en context zijn essentieel om het gesprek over duurzaamheid en waterbeheer in de datacenter sector op een constructieve manier te voeren.
Het is belangrijk om goed te begrijpen wat datacenters daadwerkelijk doen. Een datacenter is niet meer dan de fysieke basislaag waar IT‑apparatuur staat: servers, storage en netwerksystemen. Die apparatuur levert precies wat door IT‑diensten én uiteindelijk door eindgebruikers wordt gevraagd.
Wanneer we het dus hebben over het watergebruik van datacenters, zou de vraag misschien moeten zijn: gebruiken datacenters water, of gebruiken IT‑diensten en hun eindgebruikers water via datacenters?
Het blijft merkwaardig dat we anno nu nog steeds geen goede manier hebben om de efficiency van IT‑apparatuur zelf te meten. De aandacht gaat vooral uit naar de efficiency van datacenters, terwijl juist in de combinatie van hardware en software enorme winst te behalen is. Zolang we niet kunnen meten hoe efficiënt IT‑apparatuur écht werkt, missen we een groot deel van het potentieel voor verbetering.
Datacenters faciliteren de digitale vraag van onze samenleving — van streaming en zoekopdrachten tot AI‑toepassingen en zakelijke applicaties. Hoe kan het toch dat water zo’n belangrijk discussie punt geworden is bij AI, naast het energie verbruik terwijl we ons zelf misschien moeten afvragen; maken we zelf misschien niet te veel gebruik van AI en zijn we ons bewust van onze digitale footprint?
Wat is onze digitale footprint?
Het water- en energieverbruik volgt direct uit die digitale vraag. Het is daarom essentieel om deze discussie in de juiste context te plaatsen, zodat we gezamenlijk kunnen blijven sturen op transparantie, efficiëntie en duurzaam ontwerp.
Het is belangrijk om te onderkennen dat het verdampen van water één van de meest energiezuinige manieren van koelen is. Wanneer er geen water mag of kan worden verdampt, moet een datacenter overstappen op volledig elektrische koeltechnieken. Dat leidt onvermijdelijk tot aanzienlijk hogere elektriciteit verbruiken.
Die extra elektriciteit komt ergens vandaan — en buiten het datacenter wordt voor de energieopwekking in veel situaties óók water gebruikt. Het is dus te simplistisch om alleen naar watergebruik binnen de muren van een datacenter te kijken.
Kortom: om goede conclusies te trekken over duurzaamheid is het van groot belang het totale plaatje te begrijpen — van bron tot eindgebruiker, inclusief het volledige water- én energieverbruik van de gehele keten.
Volgens de meest recente cijfers van het CBS gebruikt de volledige Nederlandse informatie‑ en communicatiesector slechts 0,08% van het totale drinkwaterverbruik in Nederland. Dit aandeel is daarmee aanzienlijk lager dan dat van veel andere sectoren, zoals huishoudens en industrie.
Binnen de datacentersector is er bovendien al jarenlang veel aandacht voor zowel elektriciteits‑ als waterbesparing. Een belangrijke maatstaf hiervoor is de WUE (Water Usage Effectiveness), onderdeel van de ISO/IEC 30134‑serie, waarmee datacenters inzichtelijk en transparant kunnen rapporteren hoe efficiënt zij met water omgaan. Deze KPI stimuleert continue optimalisatie en helpt de sector om gericht te sturen op duurzaam watergebruik.
Zie hiervoor ook het volgende artikel
Ik vraag mij dan ook of of KPI’s zoals de ISO/IEC 30134-serie bij data centers bestaat in andere sectoren. Is het niet zo dat de data center sector juist hiermee voorop loopt?
Laten we meer kijken naar de balans tussen elektriciteit en water gebruik
Meer informatie over de balans is terug te lezen in het volgende artikel
Valt er in andere sectoren niet véél meer water te besparen dan in de datacentersector? De grootste waterverbruikers hebben immers een aanzienlijk grotere impact én veel meer potentiële besparingsruimte. Denk aan industriële productieprocessen, landbouw, voedselverwerking en huishoudelijk gebruik, waar zowel absolute volumes als verspilrisico’s vele malen hoger liggen.
Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat de sector klaar is — elke industrie moet blijven verbeteren. Maar om tot effectieve en eerlijke oplossingen te komen, is het cruciaal dat we het totale waterplaatje onder de loep nemen. Alleen dan kunnen we de échte kansen voor waterbesparing identificeren en prioriteren, daar waar de grootste winst te behalen is.

